Hoe dicht zit jij op de groep?

Door Gonnie Kügel en Marieke de Boer

Je begeleidt een team ervaren professionals. Een van de teamleden, Hans, lijkt zichzelf wel heel graag te horen spreken. Hij is lang aan het woord. Hij onderbreekt zijn collega ’s met regelmaat, vooral de jongeren. Ook als jij een interventie doet, geeft hij daar omstandig commentaar op.

Je irritatie loopt op, terwijl de rest van het team schijnbaar geen last heeft van dit gedrag. Je ziet tenminste geen onvertogen blik.
Hoe ga jij hier mee om? Triggert Hans alleen jouw persoonlijke allergie of is het ook storend voor de groep? En hoe kun je dit onderscheid ter plekke maken?

Je schakelt tussen ervaren en overzicht houden. Je hebt afstand nodig om te weten of het gedrag van Hans ook storend is voor de groep. Toch weet je dat ook nabijheid belangrijk is, want het teamlid moet niet het gevoel krijgen dat hij door jou als coach wordt afgewezen.

Wat nu? Hoe help je het team het meest vooruit? Door wat te doen of te laten?

Basic rules bij groepsprocessen

Een pasklaar antwoord geven is niet zo een twee drie te geven. Wel zijn er basisregels die je keus voor een interventie kunnen vergemakkelijken. We noemen er hier een paar:

  • Wat een groepslid doet is pas interessant  in reactie met de anderen. 
    Dus als, in bovenstaande casus, de rest van het team het gedrag van Hans als heel vanzelfsprekend ervaart en doelgericht werkt, is jouw ingreep mogelijk niet nodig.
  •  Je bent als procesbegeleider je eigen instrument.
    Het kan zijn dat je irritatie blijft opduiken. Omdat je je eigen instrument bent is het van belang dat je jouw eigen gevoel heel serieus neemt. Je checkt bij jezelf of je nog steeds in rol bent. Heb je jouw persoonlijkheid de overhand laten nemen – dan heb je huiswerk te doen en kun je dit gevoel tijdelijk parkeren. Is je gevoel een signaal voor het groepsproces – dan kan het zaak zijn om dit te onderzoeken. Je weet namelijk ook dat als jij als procesbegeleider geïrriteerd raakt van gedrag, de kans groot is dat vele anderen dat ook zouden zijn en dat is belangrijke informatie.
  • Je eigen gevoel inbrengen
    Natuurlijk kun je jouw eigen gevoelens en gedachten als procesbegeleider inbrengen. Dit kan een zinvolle interventie zijn. Vraag je wel af of het de groep verder helpt. Interessant is vooral of je in het groepsproces een aanleiding ziet die jouw gevoel ondersteunt, zodat je een interventie kunt maken die aansluit bij wat er in het team speelt. Jouw inbreng gaat dan over Hans in interactie met Lena, Marijn, Elise, Sahir en Jonas. Dat is zowel voor de teamleden individueel, als voor het team als geheel leerzaam.
  • Waardevrije interventies
    Een belangrijke ingreep die je als procesbegeleider ter beschikking staat, is de  waardevrije interventie. Je geeft je mening meestal niet direct, want als procesbegeleider bepaal jij niet wat wel of niet goed is voor een team. Dat bepaalt het team zelf wel. Wel gebruik je jouw inzicht en oordeel om te kiezen over welke momenten je intervenieert. Je licht bijvoorbeeld het patroon eruit waarvan het team zich onvoldoende bewust is. In dit geval zou je kunnen vragen naar het patroon van leiding nemen en volgen.

De groep bepaalt zelf wat goed is
Een groep begeleiden betekent de kunst beheersen van  balanceren tussen weten en niet weten. Nieuwsgierigheid is een belangrijke kwaliteit. Echt nieuwsgierig zijn, ook naar Hans, levert altijd nieuwe informatie op.
Wat er nou echt aan de hand is in groepen? Daar geeft de groep zelf het antwoord op.

—————————————————————

Over de auteurs:
Gonnie en Marieke leiden procesbegeleiders op om goed te zien wat er aan de hand is in groepen en om passende interventies te doen.

De opleiding Wat is er nou echt aan de hand in groepen? blijkt aan een behoefte te voldoen en wordt twee maal per jaar gegeven, in het voorjaar en in het najaar. Wil je meer weten? Bekijk de opzet en de inhoud.